Ik ben Debby Damme en heb met een groep betrokken dorpsgenoten de politieke vereniging DorpsBelang opgericht. Ik ben in 1960 in Landsmeer geboren en ook in Landsmeer opgegroeid. Mijn ouders kwamen beide uit Amsterdam en uit ondernemersfamilies. Merendeel uit de detailhandel en mijn opa (van moederskant) had een grote botenstalling met horeca aan de Omval (aan de Amstel). Mijn vader runde een bloeiend schildersbedrijf aan huis, ik kan me nog de bruine loonzakjes herinneren. Beide ouders hebben de oorlog meegemaakt: mijn vader bij de marine en later ondergedoken, mijn moeder heeft als kind de hongerwinter meegemaakt, waardoor zij is blijven hamsteren (voedselvoorraden op zolder), met name tijdens de Koude Oorlog. Zij woonde in Oost (Transvaalbuurt) en heeft honderden joodse ouders en kinderen weggevoerd zien worden. Mijn oma (geboren in 1900) en mijn moeder zijn door de oorlog zeker meer politiek bewust geworden en hebben dat onbewust aan mij doorgegeven.
In Landsmeer, hemelsbreed niet meer dan 8 km, had men geen hongersnood, zij waren meer zelfvoorzienend. Tegenwoordig worden veel boerenbedrijven opgedoekt.
In de jaren 60 ging je voor het eerst als 4 jarige naar de kleuterschool; later naar de lagere school, daar werd je per wijk ingedeeld, voor mij was dat De Wagemakerschool. Vervolgonderwijs kon in Landsmeer en daarna naar Amsterdam. Dat was voor mij, een meisje uit het dorp, een grote stap. Alles was zo anders, de leraren bij hun voornaam noemen en ook de kinderen die in de stad opgroeiden; zij waren voor mijn idee verbaal sterker en bijdehand.
In onze jeugd was er in het dorp veel te doen, zo’n verschil met nu: Vrij en Blij en Jonge Kracht met vele clubjes, dansen en zomerkamp, het Wapen van Landsmeer met film en disco, Om Shanti wat voor en door (oudere) jongeren werd gerund, Robinson met live optreden en disco, cafés als de Ruif en de Goede Stek. Mijn vriendjes en echtgenoot kwamen uit het dorp. Ook mijn kinderen groeiden hier op. Ik ben van mening dat er vooral voor jonge mensen weer een ontmoetingsplek moet komen, liefst met dansen (schuifelen ) waardoor je echt contact krijgt in plaats van via de WhatsApp. Sporten is toch iets anders dan een ontmoetingsplek waar je niets hoeft en mag zijn. Ik gun het de jeugd van nu.
Na de VHBO heb ik nog enkele jaren een lerarenopleiding gevolgd, maar koos uiteindelijk toch voor werken. Vanaf mijn 16e woonde ik niet meer thuis en kon wel wat geld gebruiken. Mijn eerste baantje was bij de Stadsdrukkerij en deed tegelijk de opleiding voor zweminstructeur; daarna werkten ik in verschillende zwembaden. Ik ging trouwen en mijn eerste man was ook zelfstandig ondernemer, door gezinsuitbreiding (4 kinderen) koos ik voor fulltime moederschap en ging in de avonduren de opleiding Makelaardij doen. Deze heb ik afgerond maar geen examen gedaan; het was het jaar dat makelaar een vrij beroep werd.
Sinds mijn 19e volg ik met name de Dorpspolitiek. Ik begreep veel dingen niet. Waar de een geen dakkapel mocht, kon de ander een fabriekshal aan de afrit van Landsmeer bouwen. Er was al jaren woningnood en op mijn 23e voerde ik actie om daar aandacht voor te vragen. Overdag in het gemeentehuis met een cassetterecorder het nummer ‘Woningnood’ van Boudewijn de Groot, een koffer met tekst en een stretcher en ‘s avonds slapen in een soort tent van zeil gemaakt, voor de entree van het gemeentehuis. Jonge mensen zonder kruiwagen moesten uitwijken naar Purmerend, met een kruiwagen kon je hier blijven. We kraakten Het Wapen van Landsmeer en de Pastorie van de Gereformeerde kerk. Uiteindelijk had ik geluk en kreeg ik een woning, maar wat ik tegelijk oneerlijk vond
In de Hervormde Kerk ben ik voor de 2e keer getrouwd, hoewel ik niet gelovig ben opgevoed, houd ik zoveel van deze kerk: zo eenvoudig en zo fier overeind, midden in het centrum. Het gaat me aan het hart dat de kerk onvoldoende wordt onderhouden. De kerk zou gerestaureerd worden door Stadsherstel, maar door geen overstemming met het gemeentebestuur (exploiteren horeca), nam men een andere afslag. Voor ons als gemeenschap een grote gemiste kans! Daarom mijn inzet voor het dorp, want ook het buitenzwembad met haar unieke ligging is fantastisch. De tijd heeft daar echt stilgestaan en dat mag vooral niet verloren gaan, ook niet door een fusie met een andere gemeente. Daarom pleit ik voor een gemeentelijk monument. We hebben nog meer prachtige monumenten aan de Dorpsstraat en Zuideinde. Het zijn er niet veel meer, daarom moeten we de monumenten koesteren en helpen door bijvoorbeeld geen OZB te vragen, maar wel onderhoud te verlangen.
In de jaren ‘80 vroegen we als groep bewoners, aandacht voor het Lint: teveel verkeer waaronder zwaar vrachtverkeer, het was toen al een gevaarlijke situatie. Eind jaren ‘90 richtte ik met gelijkgestemden een stichting op voor het behoud van het dorpskarakter, Stichting Breekbouw Mooibouw, later werd dat Stichting Dorpsbelang Landsmeer; die stichting bestaat nog steeds. Geen flats van 4 bouwlagen in de Breek, proberen in het centrum de dorpssloot te behouden en verzet tegen sloop van sociale seniorenwoningen. Een vrouwelijke rechter zei tegen mij, ‘ik voel sympathie voor wat je doet, maar de gemeente is autonoom (mag zelf beslissen) ik kan je daar niet in helpen, wel een advies, geven, denk er over na; ‘voor wie niet aan tafel zit, wordt ook niet voor gedekt, wat zoiets betekende; als ik niet de politiek in zou gaan ik niets kon veranderen. Mijn toewijding zou in 2002 leiden tot het wethouderschap. Doordat ik elk detail in de gemeentelijke dossiers kende, werd ik door GemeenteBelangen voor die rol gevraagd.
Eenmaal wethouder volgde ik een spoedcursus bestuurskunde en wist daardoor dat ik met een voorbereidingsbesluit ‘de trein op tijd tot stoppen kon brengen’. Luijendijk Zuid, het Breekproject en delen van het Dorpscentrum hebben we gewijzigd en gezamenlijk met een landschapsarchitect als supervisor, architecten en goede ambtenaren, de ideeën op tekening uitgerold en zo is het na mijn wethouderschap, uiteindelijk ook gebouwd.
Er kunnen meer locaties als beschermd dorpsgezicht aangewezen worden, zoals de vijvers en het oude gemeentehuis met de hervormde kerk met het naastgelegen pand, voorheen de Goede Stek. Ook in Purmerland is het nog wonderschoon, het dorpshartje met de prachtige kerk en de doorzichten. Wat willen we nog beschermen, of laten we het los en kiezen we voor hoogbouw? Vijf bouwlagen (4 verdiepingen) in het hart van het dorp en in het Ilperveld? Blijven we inbreien totdat er geen groenstrook meer over is, geen boom in de buurt en wij het dorp niet meer in- of uitkomen? Of gaan we voor (flink) uitbreiden op een karakteristieke manier met respect voor de omgeving en een extra ontsluiting?
Naast mijn werkzaamheden als fabrikant van kunststofproducten en een horecazaak in Noord, tegenover Damen Shiprepair, kinderen en een stel kleinkinderen, wil ik me toch voor het dorp inzetten. Voor nu, maar ook voor de toekomst van mijn kleinkinderen. Want laten we eerlijk zijn: het is hier een geweldig stekkie. Het is de bedoeling dat jongeren straks verdergaan met het gedachtengoed van DorpsBelang: het belang om de erkenning te krijgen dat een dorp geen stad is en een dorpeling geen stadsmens.
Hartelijke groet, Debby Damme (fractievoorzitter) en hopelijk wilt u ons steunen in deze strijd, Lijst 8
